De Gerard Revestraat

Eén van m’n lievelingsschrijvers heeft zijn eigen straat. En wat voor eentje. 

“Laat nu de muzikanten komen,
En schenk hun glazen gele wijn;
Zet alle ramen op de tuin wijd open:
We gaan nu lang en innig vrolijk zijn.”

De straat van de Volksschrijver ligt als ‘n schuchter vossehol in een toekomstige volksbuurt, aangespoeld op de golf van hoop en vooruitgang die Leidsche Rijn heet.

“Vooruitgang bestaat niet en dat is maar goed ook, want zoals het is, is het al erg genoeg.”

De bebouwing van de straat is erg rechtlijnig en donker en somberig streng. Een straat voor granieten karakters en vierkante opvattingen. Het is, kortom, een straat waar een zacht kind met een ronde fantasie zal opgroeien dat later een boek zal schrijven over de beklemming die het opgroeien in de straat van de Volksschrijver met zich meebracht. Het kind zal schrijven over de lange dagen in het huis waarin hardop werd gezwegen en waar alleen de klok mocht praten. Over de regen die langs de vuile vensters naar beneden goot. Over de somberte. Over verwachtingen. “Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood.” 

Het opgroeiende kind zal, afgesloten van de anderen door een anderszijn, zo groot dat een leven te kort is om die kloof te overbruggen, het leven in de Gerard Revestraat ervaren als ‘n emotionele en intellectuele gevangenis. En het zal, gevoelig en zacht als het is, nadenken over de zaken waarover gezwegen wordt. 

“Hoofdzaak is dat wij zuiverheid betrachten op eigen lichaam en geest, eerbied tonen jegens de Natuur, en lief zijn jegens dieren en vogels, gekooid of in vrijheid, die net als wij, in angstige barensnood, wachten op verlossing.”

Het kind zal uit zijn raam staren naar de voorbijvliedende wolkenpartijen en dromen over een andere bestemming. “Men kan weg moeten, zonder dat men ergens heen moet. Dat zijn de gevallen, dat men ergens vandaan moet.”

En het zal schrijven, schrijven om te ontsnappen en de letters en woorden van wat hem innerlijk zo heftig beroert, vormen zinnen die de grauwe werkelijkheid boetseren tot een sprankelend betoog. 

De pen voert hem mee en hij vliegt op zijn woorden hoog boven de Revestraat, ziet de mensen steeds kleiner worden, zweeft drie rondjes als afscheidssaluut en laat zich op de zuidelijke woordenstroming richting zon drijven. 

Het is gezien, denkt hij, het is niet onopgemerkt gebleven.

Patrick Meijer

Patrick Meijer is de stadscomedian van Utrecht, https://www.stadscomedian.nl/

Dit vind je misschien ook leuk...