Dikthé

Een paar dagen geleden was ik aan het eind van de avond nog even een rondje aan het zappen. In het programma Op1 was schrijver Alex Boogers te gast. Hij vertelde dat hij veel workshops op scholen gaf, om leerlingen het plezier van lezen te leren.   

Het is prachtig dat de Nederlandse auteurs, in een laatste offensief om het tij te keren, de scholen bestormen. In workshops proberen zij onze jeugd te besmetten met hun passie voor het geschreven woord. Dat lezen niet alleen makkelijk is als er geen internetaansluiting aanwezig is, maar ook het toverwoord om te “participeren”. 

Ik ben gelijk even gaan googelen en het blijkt dat nog maar 20% van de kinderen voor de lol een boek leest. De rest leest alleen maar wat de school verplicht en de gebruiksaanwijzing van hun nieuwe X-box. Ons taalgevoel is gedegradeerd tot het intypen van een aantal letters waar de spellingcontrole het bedoelde woord bij verzint. Als de spellingscontrole het ook even niet meer weet, is er nog geen man over boord, dan bellen we gewoon. Internationaal zakken we weg in de onderste regionen. 

Waarom het niveau zo laag is heeft meerdere oorzaken. Steeds grotere klassen, tijdsdruk, lerarentekort, en voor een deel leraren die tijdens de opleiding alleen maar boeken op hun lijst hadden staan waar ze de film van hadden gezien.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat mijn liefde voor taal ook niet uit de schoolbanken komt.  Als Nederlands 40 jaar geleden geen verplicht vak was geweest, had ik het meteen laten vallen. Ieder jaar was Nederlands weer het vak waardoor de kans op zittenblijven het grootst was. Het was een ramp. Ook al haalde ik voor de onderdelen waar het om inzicht ging, zoals luistertoetsen en tekstverklaringen, dikke voldoendes, voor dictees scoorde ik nooit hoger dan een 1. Gelukkig was mijn hoofdrekenen bovengemiddeld, waardoor ik op twee cijfers achter de komma kon uitrekenen wat ik nodig had voor een 5,5 en dus een voldoende op mijn rapport.  

Ik heb nooit een lerares of leraar Nederlands gehad, die me haar of zijn passie voor de Nederlandse taal heeft kunnen overbrengen. Op de MEAO kregen we twee jaar les van Els Cruque. Ze kwam net van de lerarenopleiding, was maximaal 5 jaar ouder dan wij en een ongelofelijk lekkere juf met lang rossig haar. Terwijl ik ademloos haar lessen volgde, werd ik toch afgerekend op d’s en t’s en het foutloos spellen van dat Poolse kutpaard. Ik kreeg gewoon een hekel aan de taal die ik mijn hele leven al sprak. 

Toen ik zelf met mijn schrijverij begon, ontdekte ik al snel dat ik veel meer taalgevoel had dan de scholen mij hadden ingewreven. Het blijkt namelijk dat als ik mijn eigen woorden mag kiezen, de spelling ook geen probleem is. Als ik niet weet hoe ik een woord schrijf, dan is dat misschien een mooi woord, maar niet het mijne. Onze taal is 300.000 woorden rijk, meer dan genoeg keuze om met andere woorden hetzelfde te zeggen. 

Ze hebben me op school nooit verteld dat een taal een levend fenomeen is. Dat er woorden afvallen die de tand des tijds niet overleven, omdat ze niet meer nodig zijn en dat er dagelijks nieuwe woorden bij komen, om de tijdgeest te kunnen benoemen. Een aantal haalt ieder jaar de steeds dikkere Van Dale. 

Het is natuurlijk diep triest dat 20% van ons volkje door een taalachterstand zijn eigen post niet begrijpt. Je kunt natuurlijk vanuit je Haagse ivoren torentje roepen dat iedereen mee moet doen, maar hoe dan? Ik zou zelf ook steeds wantrouwiger worden als ik tijdens een persconferentie de doventolk beter begrijp dan de woorden van onze Minister President.  

Onze Mark moet nu toch onderhand wel weten dat leesplezier begint bij Jip en Janneke, en niet bij een woord dat bij het scrabbelen meer dan 100 punten oplevert.

Jan van Piekeren

 

Dit vind je misschien ook leuk...